Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1867

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINGRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1867 - 1868.
    LINK
     
  • Christopher Latham Sholes: schrijfmachine.
Paul Willem Striening
1867-1941
Striening studeerde voor arts te Leiden. Hij was nog geen 25 jaar, toen hij de universiteit verliet. Op 16 Juli 1892 volgde zijn benoeming tot Officier van gezondheid bij het leger in Nederlands Indië. Van 1898 tot 1900 was hij verbonden aan het Hoofdbureau van den
Militairen Geneeskundige Dienst
te Batavia en werd hij tijdelijk belast met de lessen aan de Dokter Djawa-School, in fysiologie, algemene chirurgie, histologie en organische scheikunde. In Buitenzorg werd hij leraar aan de Middelbare Landbouwschool in hygiëne en eerste hulp bij ongelukken. In 1904 keerde hij met ziekteverlof terug tot 1906. Hij werd volontair assistent bij prof. Straub. Daarnaast studeerde hij oogheelkunde in Rotterdam en Wenen. Hij ging terug naar Indië en oefende bij zijn algemene praktijk tevens een oogheelkundige praktijk uit. Van 1910 tot April 1915 werd hij  lijfarts van de toenmalige gouverneur-generaal Idenburg. Hij keerde  met verlof wegens langdurige dienst naar ons land terug en werd in de mobilisatietijd van november 1915 tot juli 1916 chef van de  militaire geneeskundige dienst in Alkmaar. In juli 1916 verliet hij de  militaire dienst. Op 1 juli 1916 werd hij benoemd tot schoolarts in  Hilversum; gecombineerd sinds 1917 met een oogheelkundige praktijk. Striening werd vanaf 1922  secretaris van de Hilversumsche vereeniging tot bestrijding der tuberculose. Het jaar erna werd hij bestuurslid van het Sanatorium; daarna bestuurslid van de Vereenigingen van Openluchtscholen, van het Volksbadhuis, Tot steun aan maatschappelijk onvolwaardigen en voorzitter van de Raad van Toezicht der Volksuniversiteit te Hilversum. Ook van de Vereeniging van Schoolartsen had hij als 2e secretaris zitting in het bestuur. Van januari 1929 tot 1 juli 1931 was hij lid van de redactie van het Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde.
BRON: NTVG, 1932 juli.

P.A. de Wilde (1932). Veertigjarig artsjubileum P.W. Striening te Hilversum. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 30 juli, 3799/3800.
LINK

 

Jan Klootsema
27 december 1867 Onderdendam (Groningen)-11 juli 1926 Doetinchem
Op 14-jarige leeftijd gaat hij rijksnormaallessen in Veendam volgen om voor onderwijzer opgeleid te worden.
Wordt onderwijzer lager onderwijs.
In 1896 onderwijzer in de strafgevangenis te Groningen.
Volgt college bij de filosoof en psycholoog Heymans.
In 1899 wordt hij hoofd van de  Amsterdamse school voor achterlijke kinderen en in 1901 adjunctdirecteur, later directeur, van het Rijksopvoedingsgesticht te Alkmaar. In 1912 wordt hij directeur van het Rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg in Doetinchem.
Vader: Albert Klootsema 31 december 1838-09 juni 1914. Beroep: Bierbrouwer.
BRON: C. Bosma, Jan Klootsema (1867-1926) Een pionier van het speciaal onderwijs aan verstandelijk gehandicapten in Amsterdam.
BRON: Jacques Dane & Thom Willemse, Jan Klootsema (1867-1926) en zijn boekerij.
BRON



J. Klootsema werd in 1898 hoofd van de Amsterdamse School voor Achterlijke Kinderen aan de Potgieterstraat en vanaf 1901 was hij adjunct-directeur van het rijksopvoedingsgesticht te Alkmaar. Van hem is het boek Misdeelde kinderen bekend (1904). Daarin gaf hij een systematisch overzicht van alle ‘kindergebreken’ en nam hij een vragenlijst op voor hoofden van scholen en artsen om te bepalen of een kind aangepast onderwijs nodig had. Kinderen die in het strakke leerstof jaarklassensysteem niet mee konden komen en soms al in de eerste klas twee of drie keer bleven zitten, waren zowel hun onderwijzer als hun medeleerlingen tot last. Dit gold zeker voor die kinderen die omdat ze de stof niet konden volgen zich met andere activiteiten bezighielden. Aparte scholen voor deze ‘achterlijke’ kinderen werden daarom gezien als oplossing voor de overlast die zij op de gewone scholen veroorzaakten. Zo beargumenteerde J. Klootsema, dat elke nieuwe school voor achterlijken ‘eene belangrijke winst is, omdat deze scholen het gewone onderwijs van een last ontheffen, die tot heden belemmerend gewerkt heeft, (…), zoodat het onderwijs aan achterlijke kinderen allèèn reeds noodzakelijk zou wezen, om het onderwijs aan andere kinderen beter te doen beantwoorden aan hetgeen daarvan verwacht wordt’ (Klootsema, 1904, 105). Klootsema waarschuwt eveneens tegen het ten onrechte ‘achterlijk’ verklaren van kinderen omdat er ook een lichamelijke oorzaak kon zijn waardoor een kind achter bleef in de school.

Ook wees hij op milieufactoren als verwaarlozing, die er toe konden leiden dat kinderen voor ‘achterlijk’ werden aangezien. Klootsema zag dat het probleem met achterlijke kinderen niet alleen gelegen was in hun verstandelijke gebrek maar ook in de sociale en morele gebreken die daaruit voortvloeiden. Klootsema kreeg grote bekendheid: ‘Nationaal en internationaal stond hij bekend als voorvechter van een nieuwe pedagogische strategie, waarmee door tehuisopvoeding straatboefjes en jeugdige lanterfanters omgevormd moesten worden tot eerbare leden van de Nederlandsche samenleving‘ (Dane & Willemse, 2001, 82). Later werd hij directeur van ‘De Kruisberg’ te Doetinchem, het Rijksopvoedingsgesticht voor jongens.'
Brandsma, Jan & Rinus Keyman (red.) (2012). Dr. D. Herderschêe, pionier van het speciaal onderwijs - een groots gedragen gehandicapt leven -. Retro Perspectief Volume 4.  Amersfoort: Agiel, p. 18.

Jan Klootsema (1867-1926) en zijn boekerij - Jacques Dane & Thom Willemse
LINK

Antonius Johannes (Anton) Schreuder
1867–1946
Broer van Pieter Hendrik Schreuder (1876-1947), zoon van Pieter Hendrik Schreuder (1840-1930).
Anton begint zijn Medisch Pedagogisch Instituut in Villa Aprica in De Bilt als onderwijsinstelling voor kinderen uit de betere standen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. In 1905 wordt dit verplaatst naar 'Huize Klein Warnsborn' aan de Amsterdamseweg in Arnhem waarvan hij directeur is.
In 1921 koopt Anton Schreuder de villa Huize Zonneschijn aan de Bakenbergseweg in Arnhem. Hij brengt in dit nieuwe onderdeel onder leiding van zijn medewerkster Rosina Nederbragt minder begaafde kinderen vanuit Klein Warnsborn onder. In deze Inrichting voor Geneesopvoeding is plaats voor 16-18 kinderen. Aan de bijbehorende school (nog gevestigd in Klein Warnsborn) voor laagbegaafde kinderen wordt P.G. (Piet) Schreuder (1898-1963), zijn neef, tot hoofdonderwijzer benoemd. Voortaan is Klein Warnsborn een Heilpedagogisch Instituut (voor normaal begaafde kinderen met lichte afwijkingen of opvoedingsproblemen) en is Huize Zonneschijn een zelfstandig internaat voor ‘zwakzinnigen’. In 1924 trad Anton Schreuder vanwege gezondheidsproblemen en toenemende doofheid terug uit de dagelijkse leiding van beide instituten. P. van Aalten wordt directeur van Klein Warnsborg. Anton blijft voor beide instituten opvoedkundig raadsman.
Vader: Pieter Hendrik Schreuder (1840-1930), hoofdonderwijzer op de Cocksdorp.
BRON: ‘Schreuder’ – Historische bijlage bij de verhalenbundel ‘Geschikt tussen de anderen’ uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Schreuderhuizen.


Anton Schreuder


Klein Warnsborn


Huize Zonneschijn


Rosina Nederbragt

Historische bijlage bij de verhalenbundel 'geschikt tussen de anderen' uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Schreuderhuizen.
LINK

 

  • De Inrichting voor Spraakgebrekkigen te Amsterdam, opgericht door Kingma, wordt opgenomen onder de instellingen voor middelbaar onderwijs.
  • Van Koetsveld wordt door koning Willem III aangewezen als een van de eerste leden van het Hoofdcomité van het Rode Kruis.
  • Oprichting van de Leidse kweekschool voor bewaarschoolhouderessen - Fröbelmethode: Louise Hardenberg, na haar overlijden opgevolgd door Marie de Bock - Hardenberg, haar zuster, en Wybrandus Haanstra -.



    LINK